In the US of A : Onderweg in California

Image for post
Image for post
Oei, waar is de charger van mijn I-phone nu weer.

In het toilet van een koffiezaak op Shattuck, Berkeley, was ik mijn handen en sleur een tissue uit een aluminium doos naast de wasbak. Als ik terug de koffiezaak binnenstap en de houten lepel met toiletsleutel over de toonbank schuif, zie ik dat er nat papier aan mijn vingers kleeft. Ik heb mijn handen aan de toiletbrilbeschermer afgeveegd.

Automatismen

Ook het bestellen van de koffie gaat me niet vlot af in Ground Coffee. In plaats van “een koffie”, met of zonder melk en suiker, hebben ze hier Latte, Macchiato, Mocha, Cafe au lait, Americano en Havana Capuccino en dat allemaal in verschillende maten. De verwarrende veelheid van keuzes is in de USA een vorm van klantvriendelijkheid. “You have to give the customer what he wants!” But what does the customer want? God mag het weten.

“What do you want to go with that sir?” Vraagt de Koreaanse dame vriendelijk, in een accentloos Engels. “Mmm.. geen idee”. daar had ik niet nog niet over nagedacht. “We have cookies, donuts, muffins… “ Daar gaan we weer. Keuzes. Of zoals de Panamese salsero Ruben Blades zong. “Decisiones, cada dia, alguien pierde y alguien gana, Avé María.”

In het koffiehuis op de hoek van Shattuck en Channing, heeft men hetzelfde aanbod als in Starbucks of Peet’s, de populaire koffieketens in California, maar het interieur is naakter, niet gedesigned in imitatiehout om de boel gezellig te maken. Er is een ruim aanbod aan stopcontacten, wifi, en de koffie smaakt. Er staat een jazzmuziekje op. Voor mij zit er een zwarte kerel met een apparaat op zijn kop Stevie Wonder-gewijs met zijn nek te draaien: De andere klanten, voornamelijk studenten, lijken hem niet op te merken. Ik vind hem heel verdacht. Achteraf hoor ik van mijn gastheer Erik, dat het gaat om een virtual reality-camera. De man is misschien aan het afdalen van een mossige trap in een middeleeuwse kerker. Of loopt dood van angst door de varens van een oerbos, uitkijkend voor een snuffelende T-Rex. Moet kunnen, maar toch strange allemaal.

In de USofA worden je automatismen op de proef gesteld. Je bent niet echt in een vreemd land, je verstaat het taaltje ook zonder veel problemen, het ziet er wel allemaal zowat hetzelfde uit als in Europa -nu ja Europa ziet er bijna uit als de VS- maar toch, het is een vergissing te denken dat je thuis bent. Je moet voortdurend bij de pinken zijn. Temeer omdat het er allemaal toch een tikje “sneller” gaat. En dat voor alles betaald moet worden.

Leven in de VS is een permanente transactie. Het uitwisselen van goederen, diensten en vriendelijke begroetingen is de voornaamste bezigheid van de Amerikanen. En zodra je van het vliegtuig stapt, wordt je geworpen in die toch wel harde, eerlijke en efficiënte wereld. Iedereen gelijk voor de wet. Je waarde is die van Benjamin, Abraham of George: de face-value van de dollarbiljetten die je op zak hebt. Je bent op jezelf.

LAX airport

Een koffie bestellen was ook mijn eerste actie in de LAX luchthaven van Los Angeles. Even bekomen na een lange vlucht uit Argentinië met een tussenstop in Mexico City. Ofwel heb je in de luchthaven een familielid of een vriend op je wachten ofwel ben je een executive van een bedrijf en staat er iemand met je naam op een bordje en word je, nog suf van het vliegen, een een veilige wereld binnengeloodsd. In mijn geval begon de reis voorbij de douane, zonder plannen of reserveringen. Ik heb een vriend in San Francisco, een credit card op zak en een vaag plan om in Santa Barbara te overnachten. Dat is naar verluidt een mooi kuststadje, ver genoeg verwijderd van de urban sprawl genaamd Los Angeles en op weg naar San Francisco.

De vraag is vooralsnog hoe ik daar geraak: met de trein, de bus of de auto. De drie opties zijn aantrekkelijk. Een rare man met allerlei pins op zijn hemd en hoofddeksel, die rond de info stand rondhangt, vertelt me dat de bus naar Santa Barbara hier voor de deur van de luchthaven vertrekt, “maar die komt pas binnen anderhalf uur”. De prijs kent hij niet.

Voor de trein moet ik naar het centrum van Los Angeles. Geen goed plan in deze metropool. Een auto huren dan, maar dat kan niet in de luchthaven. Daarvoor moet je met een shuttle service naar toe worden gebracht, waarschijnlijk in the middle of nowhere tussen twee autostrade’s.

De outlay van de LAX luchthaven is zo gemaakt dat je nergens “binnen” kan gaan zitten. Waarschijnlijk om de home- en penniless te ontmoedigen om zich ergens te installeren. Ook Starbucks heeft geen eigen ruimte, je moet ergens op een lange toog of een hoog tafeltje gaan zitten, tussen rondlopende passagiers. Voor een auto te huren heb je een groot scherm, waar je je keuze maakt tussen de verschillende maatschappijen en dan pik je de hoorn van een telefoon op en praat met een operator. Ik kies voor Alamo, maak een reservering en buiten stap ik op een shuttle van Alamo. Een grote zwarte vrouw achter het stuur roept me vriendelijk toe. “How are you today, sir?” “I am fine, thank you. And how are you?”. Ja, je leert snel bij.

Bij Alamo loopt het allemaal minder vlot dan gedacht. Een lange slang toeristen en ook hier de vriendelijke maar kordate man (hij is van Pakistaanse afkomst), die vraagt wat voor een soort verzekering ik wil, op welke plek in San Francisco ik de wagen wil achterlaten… Allemaal vragen waar ik geen pasklaar antwoord op heb. “Sign here please. That’ll be all sir?”

Afslag voorbij de giant donut

Daar sta ik dan op een grote parking. Op zoek naar een midsizecar die ik zelf mag uitkiezen en er gewoon mee weg rijden. Ik voel me onwennig of ik iets onwettelijks aan het doen ben. Ik stap een zwarte Chevrolet met Texas platen in, na eerst een andere auto te hebben geprobeerd die ipv een contactsleutel een soort drukknop had. Bij de Chevy steekt de sleutel gelukkig in het slot. Neen, geen rare moderne dingen voor deze chauffeur, zoals van die pratende GPS-dames die zeggen waar je heen moet rijden. Ik behelp me best met het kaartje van de Alamo-folder en de wegwijzers.

Ik ben hier dus ergens in de buurt van LA luchthaven, niet ver van de Oceaan en moet naar het noordwesten, naar de Highway 101 die naar Santa Barbara gaat en daarna naar San Francisco. Voor ik de parking lot uitmag, noteert een Alamo-bediende de nummerplaat, vraagt mijn license en doet de slagboom open. Ik vraag haar de weg, zet de radio aan en rol door de straten van LA op een deun van Dr Dre en Snoop Dogg, die door de radio klinkt met een luie beat. Ideaal voor de warme namiddag.

Ja dit is het LA dat ik ken van films en videoclips. Rechte straten, houten lage huizen, intersections, lelijke fastfood tenten, garage’s, geen hond op straat. Van ver zie ik de gigantische donut, waar ik volgens een Mexicaanse voorbijganger moest afslaan voor de 101. De Simpsons, ze zijn echter dan je denkt.

Image for post
Image for post
Een geëngageerde truck

De Highway 101 is een boulevard met 8-tal baanvakken. Het verkeer is als een enorme slang met de glinsterende daken van de auto’s als schubben, die zich langzaam maar zeker door de droge woestijn kronkelt. Het is een wonder dat deze enorme massa van auto’s vooruitgaat en nergens komt vast te zitten. Aan beide kanten zie ik afritten en namen die me erg bekend voorkomen: rechts Beverley Hills, links het Paul Getty Centre. Ik volg de 101 North die naar Santa Barbara gaat. Het weer is perfect, blauwe lucht, lekker warm. De ramen gaan open en ik bol rustig tussen knalgele en rode Mustangs, classy Oldsmobiles, Porsches, Tesla’s en RAM monstertrucks. We zijn in autoland, California, de plek waar de autoconstructeurs ooit de lokale treinen opkochten en dan failliet lieten gaan. Their way is the highway.

Links van ons duikt de oceaan op en een soort mist gaat over de autostrade hangen. Ik druk de pedaal op het metaal, om toch voor zonsondergang in het kustplaatsje te zijn en het lukt me net. Even met de blote voeten op het strand tot aan het water. Koppeltjes liggen in het zand, er branden lichtjes op het einde van de pier, zeilboten zijn geankerd in de baai en in de lucht hangt een droge, kruidige geur. Dit is een gepriviligeerde plek en op de stoep zie je alleen keurige, welgeklede burgers die met handen op rug de kaart van een restaurant bekijken. Ik wandel voorbij een gebouw dat op een museum lijkt en waar een receptie wordt gehouden. Twee oudere dame’s met een Henley-hoed controleren de gasten. Boven in het torentje speelt er een coverband een nummer van the Stones. Klinkt uitnodigend. “No sir, this is a private event.” Neen, Santa Barbara is duidelijk geen rock ‘n roll.

Lost in the suburbs of LA

“I’m sorry sir, we are totally booked tonight,” zegt ook recepcionist van the Wayfarer, een cool hotelletje in rode baksteen, gelegen tussen de 101 en de uitgaansbuurt. Hij is een vriendelijke kerel, die me gebruik laat maken van de wifi om een alternatief te zoeken op Airbnb. “De stad zit vol omdat de Universiteit van Santa Barbara van start gaat en veel ouders hun kinderen hier escorteren op hun eerste schooldag.” De jongen aan de receptie is van Honduras, zijn collega van Mexico. Alle namen hier verwijzen naar het Mexicaanse verleden. De stadjes Santa Barbara, Santa Ana, San Luis Obispo. Ze werden ooit door de Amerikanen afgepakt van Mexico, maar California wordt nu stilzwijgend terug heroverd door de Mexicanen en op de demografische wijze waar John en Yoko reclame voor maakten: By making love, not war.

Ik bestel via Airbnb een couch bij iemand in Oxnard, naar wat ik denk een wijk is van Santa Barbara. Tot ik op de kaart zie dat het een voorstad is van LA. Terugrijden dus. Er zit niets veel anders op. Het is negen uur ‘s avonds en ik heb geen zin meer om te gaan zoeken. Het brengt me opnieuw naar de 101, maar dan de andere richting uit. Een half uur later rijd ik stapvoets door Oxnard, een suburb van Mexicaanse signatuur is. De eigenares van de couch, Gabriela, is ook een latina. Ze heeft haar hele huis verhuurd en houdt daar een goede cent aan over en is zelf met haar zoontje in het tuinhuis is gaan wonen. Ze heeft zelf haar tuin verhuurd aan kampeerders. Gabriela heeft twee cijfersloten op haar voordeur maar geen bel. De enige manier die ik zie om binnen te geraken, is op het raam te tikken met mijn sleutels. Ik vraag me af of dit wel voorzichtig is in een land waar velen gewapend zijn en een losse wijsvinger hebben. Stel je voor als ik aan de foute deur sta. Af en toe hoor ik hevige knallen buiten, ongetwijfeld vuurwerk. Het is 16 September en de Mexicaanse onafhankelijkheidsdag. Heel ver weg hoor ik ook een pompende bas en accordeon van norteña muziek.

De couch van Gabriela is fantastisch, zeker na deze lange dag. Ik vraag me nog een ding af voor ik wegsoes. Van waar ken ik deze buurt? Ze kwam me zo bekend voor, uit een of andere film of serie. Was het Breaking Bad? Na een tijdje weet ik het weer. The Big Lebowski… Wanneer the dude zijn auto gaat zoeken bij een jonge kerel die deze gestolen zou hebben en waar een zak met geld in de koffer zat. Of een tapijt. Ik weet het allemaal niet zo goed meer. Behalve dat de vriend van de dude, een joodse neonazi, de Ferrari van een buurman te lijf gaat met een ijzeren staaf.

Het is druk ‘smorgens bij Gabriela thuis, aan het verkeer in de gang naar het toilet te horen. Airbnb is de Lonely Planet van het tweede decennium. Alle trekkers zijn van heinde en verre terecht gekomen in dit anonieme huis in een onbestemde mexicaanse buitenwijk van LA, door een aantrekkelijke post op het net. We drummen samen in de keukentje van Gabriela en drinken oploskoffie. Het jeugdherberg gevoel. Ik maak kennis met een gepensioneerde Engelse dame en een zwarte vrouw uit Portland, die haar dochter heeft afgezet in Santa Barbara en er zelf geen betaalbare slaapplaats vond. We hebben meteen een gespreksonderwerp.

Mexican style

De Highway 101 loopt recht naar boven, naar San Francisco, waar ik deze avond toch wel zou willen geraken, maar vanuit Santa Barbara kan je nog dichter bij de kust blijven, via de Highway 1. Een prachtige weg naar t schijnt. Dat werd me verteld in Argentinië door iemand die lang in LA had gewoond “Je kan onderweg ook wat wijngaarden gaan bezoeken en wijn proeven”. De afslag naar de highway one is ergens voorbij Santa Barbara.

Image for post
Image for post

De Highway 1 is inderdaad zonder meer indrukwekkend. Het gaat allemaal niet zo snel snel, af en toe zijn er verkeerslichten, maar dan rijd je weer naast een klif, gescheiden van de golven door een muurtje van steen, net als in Riviera. Ik stop in een dorpje voorbij Santa Barbara, Goleta, en ga op zoek naar een Mexicaanse eetgelegenheid. Na twee dagen vliegtuigprak en snelle happen, heb ik nood aan echt eten en in de VS zijn het de migranten die eerlijke kost serveren. Een Mexicaanse jornalero uit de staat Guerrero, met rodeotaferelen en hoefijzers op zijn hemd stuurt me naar Domingo’s Cafe op Hollister Blvd. De plek ontgoochelt niet.

Ze is gewoon fantastisch. Amerikaanse efficiëntie en klantvriendelijkheid en Mexicaanse spontaniteit. Ik bestel een spinazie-omelet met hash-brown aardappelen en verse tortillas. In onvervalste diner-stijl komen ze rond met slappe koffie. Rondom mij koppeltjes, een groep vrienden, Amerikanen en Chicanos. Naast mij een groepje gepensioneerden gebogen over hun enchiladas of pozole (een bouillon met maïs). Zij weten wat goed is.
Er is ook wifi in Domingos — ik zou hier de hele dag kunnen blijven zitten- en contacteer Erik in San Francisco, die in de heuvels naar een festival met o.m. Los Lobos is gaan zien. Blijkbaar was het een fijne dag, maar bij het terugkomen bleek zijn fiets gestolen.

Image for post
Image for post
Image for post
Image for post
Domingo’s Café in Goleta, California
Image for post
Image for post
Image for post
Image for post

Written by

Reporter. Writer. South America. Biking. Rowing. Twitter @argentomas. Recently published “Computer Crashes” on Air disasters.

Get the Medium app

A button that says 'Download on the App Store', and if clicked it will lead you to the iOS App store
A button that says 'Get it on, Google Play', and if clicked it will lead you to the Google Play store